Stichting Geschillenoplossing Automatisering
Stichting Geschillenoplossing Automatisering
Stichting Geschillenoplossing Automatisering
  • SGOA kan nu ook uw ICT-rechtelijke incompany training verzorgen! Lees verder voor meer informatie over de invulling.

    LEES VERDER

  • De tweede SGOA Signaal van 2019 verzonden, een online nieuwsbrief met onderwerpen die voor ICT-conflictmanagement van belang zijn! Wilt u het SGOA Signaal ook ontvangen of de laatste versie lezen?

    AANMELDEN
    LEZEN

  • SGOA start met 'Privacy & Security Kamer'. Nieuwsgierig geworden? Lees hier snel verder!

SGOA Signaal 2019 week 38

SGOA Signaal 2019 week 38

Geachte lezer,

In deze editie van onze nieuwsbrief onder meer aandacht voor het volgende:

5 jaar SGOA Academy

Alweer 5 jaar organiseert de SGOA samen met deLex de SGOA Academy. Omdat we dit jaar ook ons 30-jarig jubileum vieren, wordt de SGOA Academy IT-geschillen: lessen uit recente jurisprudentie op donderdag 7 november extra feestelijk. Aan de bijeenkomst voegen we een extra onderwerp toe: schadevergoeding bij AVG-schendingen.

Reinout Rinzema

Rinzema bespreekt recente jurisprudentie op het vlak van IT-projecten. Hij betrekt daarbij de zorgplicht (7:401 e.d. BW) en gaat ook in op de vraag wat zorgplicht inhoudt bij agile werken. Ook aan bod komen aanbestedingsgeschillen waarbij de uitleg van IT-contracten tot het winnen of verliezen van opdrachten heeft geleid.

 

Christiaan Alberdingk Thijm

Christiaan Alberdingk Thijm bespreekt de vraag wanneer er recht op schadevergoeding voor een AVG-schending bestaat. Aanleiding daarvoor is de schadevergoeding die de gemeente Deventer heeft moeten betalen na een schending van de AVG.

 

Graag tot 7 november

Inloop: 15.30 uur
Programma 16.00 – 18.00 uur met aansluitend lustrumborrel
Locatie: Amsterdam
Lustrumtarief: € 175,-

Inschrijven voor de SGOA Academy op 7 november 2019

Arbiters selecteren: partijautonomie staat voorop

In Nederland bepaal je – als burger, bedrijf of andere organisatie – zelf of je met een andere partij in zee wilt en onder welke contractvoorwaarden je dat wilt. Ook bij IT-contracten geldt dat uitgangspunt. Het is een belangrijk uitvloeisel van de gedachte van partijautonomie: het individu, bedrijven en organisaties hebben zelfbeschikking. Alleen dwingendrechtelijke regels uit de wet stellen grenzen aan die vrijheid.

Ook in een proces

De gedachte van partijautonomie werkt ook door in de procespraktijk. Wilt u een zaak tegen een andere partij bij de overheidsrechter of een arbitrage-instelling aanhangig maken, dan bepaalt u zelf wat u wilt vorderen. Vordert u bijvoorbeeld de volledige en onverkorte nakoming van een IT-contract, dan vraagt u aan de rechter of arbiters uiteraard iets anders dan wanneer u uit bent op een schadevergoeding wegens wanprestatie. De keuze van wat er in een procedure gevorderd wordt, ligt dus bij alle procespartijen. En dat geldt ook voor een geding bij de SGOA.

Elke partij kiest zelf een arbiter

De autonomie van partijen in een procedure bij de overheidsrechter kent een duidelijke grens. Partijen die een zaak aan de overheidsrechter voorleggen, kiezen namelijk niet welke rechter er op de zaak wordt gezet. Dat bepaalt de rechterlijke instantie zelf. Bij de SGOA is dat anders. Vanuit de gedachte dat partijen zelf zoveel mogelijk vorm moeten geven aan de beslechting van hun geschil, zegt het arbitragereglement van de SGOA dat elke partij zelf een arbiter nomineert voor het scheidsgerecht van drie arbiters. De eisende partij nomineert een arbiter, de gedaagde doet dat ook. Zij kiezen hun genomineerden uit een lange lijst van SGOA-arbiters. De twee genomineerden kiezen op hun beurt de derde arbiter. Het spreekt vanzelf dat alle arbiters van de SGOA onafhankelijk en onpartijdig zijn: ze hebben geen zakelijke of persoonlijke belangen bij de eiser of de gedaagde.

Twee uitzonderingen

Op deze manier zorgt de SGOA ervoor dat partijen zelf de arbiters selecteren: het bureau of het bestuur van de SGOA spelen hierin geen rol. Dat verstevigt het vertrouwen in de procesgang van de arbitrale procedure. Op dit uitgangspunt zijn twee uitzonderingen: 1. bij een arbitraal kort geding: omdat dan een snelle benoeming van arbiters is geboden, doet het bestuur van de SGOA dat. De tweede uitzondering wordt gevormd door de arbitrale procedures waarin maar één arbiter optreedt. Dan is een nominatie door alle partijen onwerkbaar. Maar los van deze twee uitzonderingen geldt binnen de SGOA: het primaat van de selectie van arbiters ligt bij de partijen zelf. Wel zo eerlijk en ook goed voor het draagvlak van arbitrage.

SGOA Kroniek 2: 1989 - 2009

een vervolg op de SGOA Kroniek van John Borking door Hans Franken

In de tweede helft van de jaren 80 ontstaat er in de branchevereniging van ICT-leveranciers onrust. Door de onstuimige groei van de automatisering is de kwaliteit van de dienstverlening in gevaar. Het kennisverschil tussen de leverancier en de klant is enorm en er is behoefte aan onafhankelijke deskundigen die samen met in het procesrecht ervaren juristen als begeleider bij geschillen kunnen optreden. Dit leidde, John Borking schreef het al in de vorige SGOA Signaal, tot de oprichting van de SGOA. Op 29 juni 1989 bestond de rechtspersoon. Nu de organisatie en de klanten nog.

De opzet en werkwijze

We hielden de organisatie klein en goedkoop. De stichting moest zichzelf bedruipen en we wilden afwachten hoeveel behoefte er echt was aan onze dienstverlening. We kozen ervoor om qua opzet en werkwijze het NAI te volgen. Voor de behandeling van geschillen stelden we een lijst op met zo’n 50 namen van twee groepen deskundigen. Die deskundigen selecteerden we op kennis, ervaring en gespecificeerde beroepseisen. De groep ICT-deskundigen bestond vooral uit leden van de Nederlandse Organisatie van Register EDP-auditors (NOREA) of leden met minstens 10 jaar praktijkervaring van de Nederlandse Vereniging van Beëdigde Informaticadeskundigen (NVBI). De meeste juristen waren lid van de Vereniging van Informaticarecht Advocaten (VIRA) of waren in een rechterlijke functie werkzaam geweest.

Een vast uurtarief

De bestuursleden en de arbiter-kandidaten voerden meerdere gesprekken met elkaar. De selectie werd daardoor een flinke klus. Maar we wilden hoge kwaliteit leveren. Bovendien lag de lengte van de groslijst gevoelig. Een te lange lijst zou tot ontevredenheid leiden bij experts die niet aan de beurt konden komen. Met een te korte lijst konden we niet meteen aan de vraag tot bemiddeling voldoen. Wij stuitten daarbij op het punt dat bekwame arbiters/mediators gewend waren aan honoraria die van arbitrage of bemiddeling een te kostbare aangelegenheid zouden maken. We gingen op zoek naar een acceptabel evenwicht en stelden een uurtarief vast voor arbiters/bemiddelaars dat overeenkwam met het tarief dat het NAI voor niet-vrije beroepsbeoefenaars hanteerde. Dat was wat aan de lage kant, maar we rekenden op een vleugje idealisme dat toch wel bij een bemiddelaar hoort.
Bij de aanvang van de procedure konden de betrokken partijen zelf hun bemiddelaar/deskundige kiezen uit de door het bestuur voorgelegde namen: ontleend aan de groslijst van arbiters/mediators. Werden de partijen het niet eens over de bemiddelaar, arbiter(s) of deskundige(n) dan benoemde het bestuur die. Deze procedure stemde overeen met de lijstprocedure die het NAI (art. 14 NAI-reglement) toen ook hanteerde.

Van minitrial tot monitoring

De onafhankelijke bemiddeling die we als SGOA aanboden, bestond uit vijf activiteiten:

  1. minitrial of ICT-mediation,
  2. arbitrage, inclusief arbitraal kort geding,
  3. bindend advies,
  4. deskundigenbericht,
  5. procesbegeleiding en monitoring.

Omdat het woord mediation eind jaren 80, begin 90 in Nederland nog nauwelijks bekend was, gebruikten we de term minitrial. De toepassing van dit soort bemiddeling kwam in die tijd aarzelend van de grond. De SGOA liep daarbij voorop. Bij de oprichting van het NMI en het ACB (ADR Centrum voor het Bedrijfsleven) was steeds een vertegenwoordiger van de SGOA betrokken.

Altijd samen

Onze formule was heel specifiek: altijd een co-mediation/arbitrage. Dus een jurist én een ICT-deskundige die samen als bemiddelaars optreden. Verder streefden we ernaar van iedere partij een beschikkingsbevoegde functionaris aan tafel te hebben, naast de direct bij het geschil betrokken personen. We wilden meteen zaken kunnen doen. In één of hooguit twee sessies moest het geschil kunnen worden afgerond. Deze opzet lukte. In de eerste tien jaar bedroeg het slaagpercentage meer dan 80%. In het tweede decennium lag dat boven de 90%. De gemiddelde doorlooptijd (van aanmelding tot vaststellingsovereenkomst) bedroeg minder dan 12 weken. Dat is niet lang als je rekening houdt met lastige agenda’s en de tijd die soms nodig is om een deskundigenonderzoek uit te voeren.
Bij de arbitrage hielden we als standaard aan: één schriftelijke ronde met het direct overleggen van bewijsstukken, een korte mondelinge toelichting en verder een interactieve sessie. Bedenk daarbij dat de comparitie na antwoord pas in 1989 in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is opgenomen en de praktijk daarop nog lang niet was ingespeeld.

Steeds meer zaken

‘Klanten’ stonden natuurlijk niet vanzelf voor de deur. Voorzichtige brieven aan advocatenkantoren, rechtbanken, een enkele presentatie, maar vooral de opname van de SGOA-clausule in de algemene voorwaarden van de COSSO c.q. ICT-Nederland genereerden de instroom. De inbreng van marketingdeskundige Jan Oord in het bestuur was daarbij een welkome ondersteuning. Na een tijd konden we rekenen op gemiddeld 25 zaken per jaar. Geen opzienbarend aantal, maar voor een instituut dat een niche van de markt bestrijkt, niet slecht.

Zuinig beleid

Met een zuinig beleid konden we een officemanager financieren, die in de persoon van Hulda de Vries het bureau beheerde. We bezuinigden vooral op huisvesting. De eerste jaren konden we gratis gebruik maken van de kantoorlocatie van de opvolgende penningmeesters, Th. J. Mulder en J.B.F. Mulder, en hielden we vaak zitting in het kantoor van de mediators/arbiters. In tegenstelling tot andere instituten op de mediationmarkt draaide de SGOA geheel zonder subsidie. Bovendien hadden we niet de ambitie om een groot instituut te worden. Maar de activiteiten sloegen wel degelijk aan.

19 getuigen in één week

Door de SGOA-clausule in de algemene voorwaarden van de brancheorganisatie verwachtten we dat de instroom van zaken vooral van het mkb zou komen. Dat was niet zo. De variëteit in omvang van de gevorderde bedragen bleek groot. Het liep van enkele tonnen tot tientallen miljoenen. Bij een SGOA-arbitrage in de Verenigde Staten waar ik zelf voorzitter was, ging het om dergelijke hoge bedragen. Maar interessanter was dat we in die ingewikkelde zaak in Boston in één week 19 getuigen hebben gehoord. Gelukkig hadden we een professionele court-reporter die ’s avonds en ’s nachts de processen-verbaal uitwerkte, zodat we de volgende dag die verklaringen nog eens met de getuigen konden doornemen.

Meedenken

Er zijn ook heel wat mediations geweest waarin alleen door een bijzonder creatieve inbreng van de mediators de zaak kon worden afgerond. De SGOA leverde dan ook geen lijdelijke mediators, zoals dat door de mediationscholen toen was voorgeschreven. Integendeel. Wij gingen ervan uit dat de partijen bij de SGOA kwamen om met behulp van mediators – die wisten waar ze het over hadden - snel tot de kern te komen. Onze mediators dachten mee. Daarbij hoorde ook het aanreiken van suggesties en het formuleren van voorstellen voor een acceptabele oplossing. In verband met de geheimhoudingsplicht kon er natuurlijk niets van de mediatons naar buiten komen. Ook de arbitrages bleven voor het grootste deel buiten de publiciteit. Al was het maar omdat er van beursgevoelige informatie sprake was of kon zijn.

Tot 2009

Bij het tienjarig bestaan van de SGOA publiceerde het Tijdschrift van Arbitrage (2000/1) een overzichtsartikel. In 1999 verscheen het boek 12 over de SGOA, waarin 12 auteurs de werkwijze, het belang en de waarde van de SGOA helder onder woorden brengen. Vermelding verdient ook een themanummer ICT-conflicten: hoe los je ze op? van het tijdschrift Informatie van juni 2007. De auteurs kwamen allemaal uit de SGOA-gelederen. Aan het einde van deze kroniekperiode is onder redactie van P.C. van Schelven een fraai boek verschenen in de serie Recht en praktijk van Kluwer met als titel Van geschil tot oplossing. 16 gezaghebbende auteurs hebben daarin een groot aantal aspecten van ADR behandeld. Het boek is met veel waarderende woorden opgedragen aan de toenmalige SGOA-voorzitter.
Na 2009 breekt er een nieuwe periode aan, waarin een professionelere bedrijfsvoering en internationalisering de SGOA een nieuwe impuls geven. Daarover meer in de volgende aflevering van deze kroniek.

Hans Franken is oud-voorzitter van het bestuur en associate van de SGOA

De cloud en faillissement: donkere wolken?

Steeds meer bedrijven ontdekken de voordelen van het uitbesteden van ICT-diensten die internet gebruiken. Het opslaan van gegevens in de cloud bijvoorbeeld, en elektronische dienstverlening als Software-as-a-Service (SaaS), Platform-as-a-Service en Infrastructure-as-a-Service( IaaS) neemt toe. De voordelen daarvan laten zich makkelijk samenvatten: “ieder zijn vak”.

Gebruiker failliet? Kijk uit!

Maar wat als de gebruiker van zo’n dienst failliet gaat? Een tamelijk nieuw artikel in de Faillissementswet, artikel 105b, verplicht (onder meer) ICT-dienstverleners de administratie van het failliete bedrijf en de gegevensdragers “desgevraagd volledig en ongeschonden aan de curator ter beschikking te stellen, zo nodig met inbegrip van de middelen om de inhoud binnen redelijke tijd leesbaar te maken.” De dienstverlener komt niet onder deze plicht uit met het verweer dat er nog posten open staan (het retentierecht). Ook over het betalen van een vergoeding aan de dienstverlener voor zijn werkzaamheden rept de wettekst niet. Maar pas op: wie niet voldoet aan deze verplichting is volgens artikel 194 lid 2 Wetboek van Strafrecht strafbaar met maximaal een jaar gevangenisstraf of een boete van maximaal € 8.300,-. Wil de curator voortzetting van de dienstverlening (dus niet alleen afgifte van data), dan is de positie van de ICT-dienstverlener sterker.

Dwangcrediteur

Als de dienstverlening al voor het faillissement is gestaakt of de overeenkomsten zijn geëindigd, kunnen de curator noch de failliete gebruiker bij de administratie. Voor heraansluiting kan de ICT-dienstverlener – als zogeheten dwangcrediteur - voorwaarden stellen, bijvoorbeeld betaling van openstaande pre-faillissementsschulden.

 

Boedelschuld

Loopt de dienstverlening nog op het moment dat het faillissement wordt uitgesproken, dan kan de ICT-dienstverlener de curator sommeren zich uit te laten over voortzetting (art. 37 Fw). Want er is nu sprake van duurovereenkomsten die wederzijds nog nagekomen moeten worden. Gaat de curator daarop in, dan moet hij zekerheid stellen en alle reeds verschuldigde en in de toekomst verschuldigde bedragen promoveren tot boedelschuld, alles voor de oorspronkelijk overeengekomen looptijd. In gevallen waar geen sprake is van gestanddoening, maar de curator wel voortzetting wil, is de rechter een enkele keer te hulp geschoten door de ICT-dienstverlener te verplichten voor een beperkte periode door te leveren tegen betaling van (slechts) de lopende kosten. De Hoge Raad heeft beslist dat zo’n voortzetting (meestal) niet kan worden beschouwd als gestanddoening door de curator als hiervoor bedoeld.

Reinier Quint is advocaat en associate van de SGOA

Staatssecretaris schendt privacywetgeving met BSN in btw-identificatienummer

Rechtbank 28 mrt 2019, IT 2738; ECLI:NL:RBAMS:2019:2295 (btw-nummer zelfstandigen bevat BSN)

Privacy. De rechtbank oordeelt dat het burgerservicenummer (BSN) verwijderd moet worden uit het btw-identificatienummer. Eiseres is juridisch dienstverlener, gespecialiseerd in privacy en e-commerce, en zelfstandig ondernemer. Het BSN is privé. Het is een beschermd nummer. Eiseres is bezorgd dat nu haar BSN op haar site en facturen staat, daarmee fraude wordt gepleegd. In een brief verzoekt ze om op grond van artikel 36 van de Wbp haar btw-nummer te verbeteren, door haar BSN in het btw-nummer te vervangen door een andere (willekeurige) cijfer- en/of lettercombinatie. Voor de verwerking van het (persoonlijke) BSN in het (zakelijke) btw-nummer ontbreekt een wettelijke basis en daarmee is die verwerking in strijd met de artikelen 6, 7, 8, 9, 11 en 24 van de Wbp, aldus eiseres. Verweerder heeft het verzoek van eiseres afgewezen bij het primaire besluit. De afwijzing is gehandhaafd bij het bestreden besluit. De rechtbank is van mening dat de staatssecretaris van Financiën de privacywetgeving schendt door het (BSN) van zelfstandige ondernemers te verwerken in hun btw-identificatienummer.

Overdracht IE-Rechten bij aanbesteding over informatieverwerking van radarsatelliet niet disproportioneel

Vzr. Rechtbank Den Haag 15 april 2019, IEF 18406; IT 2752; ECLI:NL:RBDHA:2019:3623 (SkyGeo tegen Staat der Nederlanden)

Rijkswaterstaat heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd met als onderwerp InSAR based deformation service for the Dutch built environment: over het verwerken van informatie van radarsatellieten om beweging van de bodem en deformatie van infrastructuur statistisch te schatten. In het Beschrijvend Document staat de toepassing van de ARVODI-voorwaarden. SkyGeo vindt de voorwaarde disproportioneel omdat daarmee in de toekomst verkregen informatie vrij kan worden gegeven aan derden. De rechtbank oordeelt dat SkyGeo miskent dat de IE-rechten vanaf het moment van het sluiten van een overeenkomst met de aanbestedende dienst uitsluitend bij de aanbestedende dienst berusten. De voorwaarde van overdracht intellectuele eigendomsrechten op dataset is niet disproportioneel. Ook andere bezwaren van gegadigde slagen niet.

Software verveelvoudigen is auteursrechtinbreuk

Rechtbank Oost-Brabant 24 april 2019, IEF 18426, ITR 2760; ECLI:NL:RBOBR:2019:2310 (Planit tegen G.T.A.)

Auteursrecht. Software 45j Aw. Inbreuk. Verveelvoudiging. Planit ontwikkelt, produceert en exploiteert software, voor onder andere modellering en het aansturen van freesmachines. G.T.A. houdt zich bezig met draai- en freeswerk. Planit is auteursrechthebbende op allerlei software. Dat staat buiten kijf. G.T.A. heeft een licentie voor een deel van deze software en heeft de software verveelvoudigd. Daar heeft Planit geen toestemming voor gegeven. Planit wil van de rechtbank een bevel om iedere inbreuk te staken en gestaakt te houden, kopieën te verwijderen, en schadevergoeding te betalen. Beroep op art. 45j Aw faalt omdat niet wordt aangetoond dat G.T.A. rechtmatig verkrijger was van de software die is verveelvoudigd. Bij berekening van de schadevergoeding wordt rekening gehouden met de gederfde licentievergoeding.

AG: AirBnB is een dienst van de informatiemaatschappij

Conclusie AG HvJ EU 30 april 2019, IT 2777; IEFbe 2883; ECLI:EU:C:2019:336; C-390/18 (AirBnB)

Het aanbieden van een dienst die via een elektronisch platform potentiële gasten met hosts voor korte-termijnaccommodatie koppelt, waarbij de dienstverlener geen controle heeft over de procedures bij die dienst, maakt dat het een dienst is van de informatiemaatschappij. Een lidstaat kan aan het vrij verkeer van deze dienst geen beperkingen opleggen.

Aangescherpt YouTube beleid = gewijzigde omstandigheid

Rechtbank Amsterdam 8 mei 2019, IEF 18631, IT 2835; ECLI:NL:RBAMS:2019:4030 (Zoom.in tegen Music Nations)

Eiser Zoom.in verleent diensten aan videomakers die hun eigen video’s online zetten via YouTube. Ook verweerder Music Nations exploiteert YouTube-kanalen. Partijen zijn in conflict over de exploitatie van YouTube-kanalen en stellen dat de tussen hen geldende overeenkomst is ontbonden, respectievelijk moet worden ontbonden en dat de ander gehouden is schade te vergoeden. Maar Music Nations kon de overeenkomst niet buitengerechtelijk ontbinden: de tekortkomingen die aan de ontbinding ten grondslag liggen zijn geen tekortkomingen van Zoom.in, maar een logisch gevolg van het aangescherpte YouTube-beleid. De door Zoom.in gevorderde ontbinding wordt toegewezen: het aangescherpte YouTube beleid betekent een gewijzigde omstandigheid waarmee partijen bij het sluiten van de overeenkomst geen rekening hadden gehouden.

AG: geen aanvaarding van gebruiksvoorwaarden op website Ryanair

Conclusie AG HR 24 mei 2019, IEF 18557, IT 2814; ECLI:NL:PHR:2019:718 (Ryanair heeft PR Aviation)

Contractenrecht. Deze databankzaak loopt inmiddels 11 jaar. Het gaat om de vraag of PR Aviation de gebruiksvoorwaarden op de site van Ryanair heeft geaccepteerd. Het Haagse hof [IEF 17459] oordeelde eerder dat de gebruiksvoorwaarden naar het toepasselijke Ierse recht niet zijn overeengekomen. Alleen doorklikken op de website is onvoldoende voor de conclusie dat een redelijk persoon de voorwaarden wilde aanvaarden. In deze tweede cassatie betoogt Ryanair dat dit oordeel in strijd is met art. 9 van de Richtlijn elektronische handel. De AG verwerpt het beroep.

Gmail geen elektronische communicatiedienst

HvJ EU 13 juni 2019, IEF 18531, IT 2802; ECLI:EU:C:2019:498 (Google LLC tegen Duitsland)

Prejudiciële beslissing. Telecommunicatiedienst. Richtlijn 2002/21/EG. Google is een internetzoekmachine en heeft ook een e-maildienst: Gmail. Om Gmail te gebruiken moet de gebruiker eerst een e-mailaccount aanmaken: daarmee heeft hij een adres op basis waarvan hij wordt geïdentificeerd als afzender en ontvanger van e-mails. Het gaat in deze zaak tussen Google LLC en Duitsland over het BNetzA-besluit, dat Gmail als telecommunicatiedienst beschouwt. Google wordt daarom op straffe van een dwangsom gelast de verplichting tot kennisgeving na te komen. De BNetzA is van mening dat Gmail een telecommunicatiedienst is in de zin van § 6, lid 1, TKG. Google vindt dat niet, omdat met deze dienst geen signalen worden overgebracht. Het verzoek om prejudiciële beslissing gaat over de uitleg van de kaderrichtlijn over het begrip telecommunicatiedienst. Beantwoording van de prejudiciële vragen: lees verder.

Sitebeheerder en Facebook verantwoordelijk voor verzamelen persoonsgegevens

HvJ EU 29 juli 2019, IEF 18628; IT 2832; ECLI:EU:C:2019:629 (Fashion ID tegen Verbraucherzentrale)

Privacy. Fashion ID exploiteert een webshop. Op de website heeft Fashion ID de like-knop van Facebook overgenomen. Met als gevolg dat de persoonsgegevens van bezoekers van de website van Fashion ID naar Facebook Ireland gaan. De gegevens worden doorgestuurd zonder dat de bezoeker zich daarvan bewust is, ook als de bezoeker geen lid is van Facebook en/of niet op de vind-ik-leukknop heeft geklikt. De Duitse rechter wil van het Hof te horen of ook Fashion ID verantwoordelijk kan worden gehouden voor de verwerking van deze gegevens, en in welke gevallen dit wel of niet kan. Beantwoording door het Hof: lees verder.

Telecombedrijven moeten locatiegegevens 112-beller gratis doorgeven

HVJ EU 5 september 2019, IT 2855, IEFbe 2936; C-417/19 (AW tegen Lietuvos valstybė)

Telecombedrijven moeten de locatiegegevens van bellers voortaan kosteloos doorgeven aan de instantie die de noodoproepen naar 112 beheert. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat deze verplichting wordt nageleefd, ook als er in de mobiele telefoon geen simkaart zit. In 2013 is een meisje in een buitenwijk van Panevėžys (Litouwen) ontvoerd, verkracht en levend verbrand in de kofferbak van een auto. Terwijl zij daar was opgesloten, heeft zij ongeveer tien keer met een mobiele telefoon het uniforme Europese alarmnummer 112 gebeld om hulp te vragen. Maar het nummer van de gebruikte mobiele telefoon verscheen niet op de apparatuur van de alarmcentrale, waardoor die niet kon bepalen waar het meisje was. De alarmcentrale kon niet vaststellen of de gebruikte mobiele telefoon een simkaart bevatte en evenmin waarom haar nummer niet zichtbaar was bij de alarmcentrale.

Leverancier kan niet eenzijdig ontbinden

SGOA 2018, IT 2859 (Afnemer tegen leverancier)

Contractenrecht. Auteursrecht. Leverancier ontwikkelt software en bouwt applicaties. Afnemer heeft een eenmansbedrijf dat tegen betaling ouders en oppassers via videobeelden met elkaar in contact brengt. Afnemer wilde voor zijn homepage en de inlogschermen een webapplicatie laten bouwen. Leverancier stuurde daarop een grafisch ontwerp naar de afnemer. Afnemer wilde dat het ontwerp werd aangepast: leverancier bracht hier kosten voor in rekening. Afnemer was het niet eens met het ontwerp en de kosten en gaf via de mail aan een ander ontwerp te willen. Leverancier ging hier niet op in, maar heeft aangegeven te wachten op informatie van afnemer om een nieuw ontwerp te maken. Leverancier stelt dat afnemer de informatie niet duidelijk heeft gegeven en beëindigt uiteindelijk via de mail de overeenkomst met afnemer. Afnemer stelt de leverancier aansprakelijk voor de financiële schade. Centraal staan de vragen of de informatie die de afnemer gaf over de schermen van de applicatie voldoende duidelijk waren, waarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen de homepage en de inlogschermen en of de leverancier de overeenkomst rechtmatig heeft ontbonden? De leverancier wordt in het ongelijk gesteld.

Vordering afnemer afgewezen

SGOA 2018, IT 2860 (Afnemer tegen leverancier)

Contracten. Afnemer is een instelling die professionele hulp biedt aan mensen met ernstige psychiatrische problemen. Leverancier is een IT-leverancier die actief is in de zorg en onder meer leverancier is van een softwaresysteem (“[NAAM WEBSERVICE]”), een webservice die bestaat uit een zorginformatiesysteem en EPD-functionaliteit. Partijen hebben voor een project een overeenkomst gesloten. De overeenkomst gaat over het verlenen van een gebruiksrecht op [NAAM WEBSERVICE] én op het doorontwikkelen van [NAAM WEBSERVICE] in de vorm van onder andere generiek te maken meerwerk, het ontwikkelen van conversieprogrammatuur en diverse koppelingen met andere systemen. De overeenkomst bestaat uit een lijst documenten. Partijen hebben de startdatum en facturatie vastgelegd in het document Extra Bepalingen. Leverancier geeft na enige tijd aan dat de voortgang niet volgens planning verloopt, maar dat alles in werk wordt gesteld om ervoor te zorgen dat afnemer op de afgesproken datum van start kan gaan. Leverancier blijft aangeven dat er niet op tijd wordt geleverd - ook doordat de afnemer om meerwerk vraagt - en komt met een aangepaste planning. Afnemer accepteert de herziening niet en meldt dat er te veel uitstel is geweest. Afnemer vordert ontbinding van de overeenkomst op grond van dwaling en stelt dat leverancier toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst door het voortdurend niet halen van de afgesproken termijnen en het niet juist implementeren van [NAAM WEBSERVICE] met de overeengekomen functionaliteiten. De vordering wordt afgewezen: aan de kant van de leverancier is geen sprake van verzuim.

Colofon

Hoofdredactie: Polo van der Putt, Vondst Advocaten
Eindredactie: de nieuwsbrief wordt samengesteld door SGOA in samenwerking met deLex.