Stichting Geschillenoplossing Automatisering
Stichting Geschillenoplossing Automatisering
Stichting Geschillenoplossing Automatisering
  • SGOA kan nu ook uw ICT-rechtelijke incompany training verzorgen! Lees verder voor meer informatie over de invulling.

    LEES VERDER

  • Vandaag is de eerste SGOA Signaal van 2019 verzonden, een online nieuwsbrief met onderwerpen die voor ICT-conflictmanagement van belang zijn! Wilt u het SGOA Signaal ook ontvangen? of de laatste versie lezen?

    AANMELDEN
    LEZEN

  • 30-jarig jubileum - Feesttarief

    7 november 2019 staat de nieuwe SGOA Academy op de planning. Als u zich nu alvast inschrijft, betaalt u het feesttarief van € 175,- (excl. btw).

    INSCHRIJVEN

  • SGOA start met 'Privacy & Security Kamer'. Nieuwsgierig geworden? Lees hier snel verder!

SGOA Signaal 2019 week 16

SGOA Signaal 2019 week 16

Geachte lezer,

In deze editie van onze nieuwsbrief onder meer aandacht voor het volgende:

De SGOA wordt 30

Een ezel stoot zich in het algemeen niet tweemaal aan dezelfde steen. Maar dat geldt niet voor IT–geschillen. Het gaat nog steeds, nog vaak, en ook nog om dezelfde redenen, verkeerd. Al zijn de risico’s inmiddels beter verzekerbaar, de meeste processen en methodes gestandaardiseerd en al zijn functies op een visitekaartje geborgd door specialistische opleidingen, elk jaar worden er miljarden verspild aan IT-projecten die de eindstreep niet halen.

De R van resolution

In 1989 begon de SGOA met alternatieve methoden voor het oplossen van IT-geschillen. Vanuit zijn garage bood John Borking een mini-trial naar Amerikaans voorbeeld. John Borking schrijft daar een boeiend stuk over in deze SGOA Signaal. Op 29 juni zijn er 30 jaren voorbij. Die zijn omgevlogen. Met ups en downs groeiden we naar een instituut dat alle vormen van conflictoplossing biedt voor IT- en datageschillen. Met de SGOA Academy, SGOA Signaal en de Hans Frankenprijs verhogen we de kennis over IT- en datageschillen en het managen daarvan. Dat doen we in Nederland en in Zwitserland, en met de ambitie om snel verder te internationaliseren. Voor die internationale ambities is de nieuwe naam ITDR, experts in IT and Data Conflict Management bedacht. Met de I van internationaal, IT van informatietechnologie, de D van data en disputes en de R van resolution. Want dat is waar SGOA associates altijd naartoe werken: een oplossing.

Niet zonder onze associates

De groei van de afgelopen decennia hebben we te danken aan onze associates: de mediators, arbiters, deskundigen. En aan de bestuursleden die met veel enthousiasme en inzet - onbezoldigd en vanuit de coulissen - hun schouders eronder zetten. Het huidige bestuur is hen daar zeer erkentelijk voor. John Borking moet als geestelijk vader als eerste genoemd worden. Want zonder hem was de SGOA er gewoon niet geweest.
Het bestuur wil ook Hans Franken noemen: de voorzitter van de SGOA in het tweede decennium, toen SGOA nog in Rijswijk was gevestigd en Hulda de Vries het bureau met flair en straffe hand managede. Hans Franken heeft met zijn wijsheid, kennis en netwerk een enorme bijdrage geleverd aan de groei en professionalisering van SGOA. Hij inspireerde bestuur en bureau.

Onvermoeibaar

In die periode waren ook Theo Mulder en Ben Slijk bestuurder die de SGOA met veel enthousiasme en inzet verder hielpen. Theo regelde de financiële zaken en stuurde het bureau aan. Ben was onvermoeibaar in het schrijven van stukjes op de website en het ronselen van IT-deskundigen als associate. Ook wil ik Hans Mulder en Machteld Pel noemen: Hans die de financiën overnam van zijn vader, en Machteld die de mediation binnen SGOA verder heeft geprofessionaliseerd. En uit het derde decennium: Jan Oord die de marketingstrategie heeft opgezet waaruit ook de SGOA Academy en SGOA Signaal zijn geboren, Pieter Coenen die op de centjes paste en Pieter Schoehuijs die hielp met het opzetten van SGOA Zwitserland.

Internationaliseren

De SGOA gaat nu het vierde decennium in. Met nieuwe kansen en uitdagingen waarbij onafhankelijkheid geborgd blijft, professionaliteit en kwaliteit verder vergroot worden en wij doorgaan met internationaliseren. Maar eerst gaan we deze mijlpaal vieren: met feestelijke bijeenkomsten, borrels en seminars. Tot snel!

Hanneke Slager, voorzitter van het bestuur

7 november 2019: feestelijke SGOA Academy

Alweer 5 jaar organiseert de SGOA samen met deLex de SGOA Academy. Omdat we dit jaar ook ons 30-jarig jubileum vieren, wordt de volgende SGOA Academy IT-geschillen: lessen uit recente jurisprudentie, op donderdag 7 november extra feestelijk.

Feesttarief

We nodigen u van harte uit deel te nemen. Programmadetails volgen binnenkort. Als u zich nu alvast inschrijft, betaalt u het feesttarief van € 175,- (excl. btw). Na afloop krijgt u een certificaat van deelname.
Inschrijven kan hier.

SGOA in statu nascendi

oktober 1986 - juni 1989

Bij het oprichten van de SGOA ging men niet over een nacht ijs. Als directeur van de Vereniging Computer Service- en Software Bureaus (COSSO) werd ik bij mijn aantreden eind 1986 geconfronteerd met desastreuze uitspraken van rechters over informaticazaken. Dit kwam doordat rechters weinig verstand hadden van informatisering en daardoor bijna blindelings op het advies van een deskundige afgingen.

 

Hoe was de situatie rond 1986?

De COSSO had een gedragscode met een geschillenregeling. Die hinkte op een intern tuchtrecht- en op een aanzet tot een bindend-adviesregeling. Bij een geschil diende er een onderzoek door onafhankelijke deskundigen plaats te vinden. De uitslag daarvan was bindend. Het bestuur van de COSSO zou dan de noodzakelijke maatregelen nemen. In deze regeling was niet vastgelegd of de opdrachtgever aan de uitslag van het onderzoek of de beslissing van het bestuur gebonden was.

Mixed feelings

In 1987 werd door de juridische commissie (9 bedrijfsjuristen) van de COSSO een onderzoek gedaan naar alternatieve conflictoplossing en op 19 augustus 1987 stelde de commissie arbitrage voor.
De leden van de COSSO hadden mixed feelings over een onafhankelijke geschillenregeling. Er volgde verder onderzoek. In de ledenvergadering van 19 mei 1988 gaf Eduard Lievens een beknopte uiteenzetting over arbitrage en op 21 juni 1988 rapporteerde Annetje Ottow en Edith Stouthamer dat institutionele arbitrage mogelijk was.

Mini-trial als voorloper van mediation

Ondertussen promootte ik de mini-trial. Als legal counsel van Rank Xerox Ltd in Londen had ik in het begin van de jaren 80 kennis gemaakt met deze vorm van geschillenoplossing, de voorloper van mediation. In 1975-76 ontwikkelde het Centre for Public Resources in New York de mini-trial om in korte tijd zakelijke conflicten op te lossen en de commerciële relatie te continueren. Op 28 januari 1988 hield ik een voordracht voor het NOVI, over de voors en tegens van de mini-trial. Samen met Dinant Oosterbaan, de huisadvocaat van COSSO, stelde ik het eerste concept-mini-trialreglement op.

Groen licht

Mini-trial was zo nieuw dat de acceptatie ervan door de leden stroef verliep. Na een lange discussie kozen de COSSO-leden in het voorjaar van 1989 naast arbitrage ook voor een mini-trial als eerste middel om geschillen op te lossen. Daarvoor hadden zij drie redenen.

  1. De wederzijdse afhankelijkheid van partijen.
  2. De gevolgen van de discontinuïteit van een automatiseringsproject.
  3. En de vertrouwelijkheid om te voorkomen dat concurrentiegevoelige gegevens over het automatiseringsproject naar buiten zouden komen.

In de voorjaarvergadering op 29 juni 1989 van de COSSO kreeg de oprichting van de SGOA groen licht.

Om de schijn van partijdigheid te voorkomen besloot het bestuur van de COSSO, dat het bestuur van de SGOA statutair moest bestaan uit vertegenwoordigers van: 1. De Overheid (F.G. Kordes, voorzitter), 2. Academia (H. Franken, vice-voorzitter), 3. Leveranciers (Th. J. Mulder, penningmeester, J. Kist, uitgevers), 4. Gebruikers (A. Kramer, COMGE), en 5. Onderzoekinstituten (J. Thierry, TNO). Later kwam nog in het bestuur bij N.J. Rinkel, (CIAD) en H.A. van der Schraaf, (Banken).

Op aandringen van Peter van Schelven (Juridische Commissie) kwam de geschillenregeling van de SGOA in de algemene voorwaarden van de COSSO, en kreeg de maatschappelijke acceptatie van mini-trials (ICT-mediation) een belangrijke impuls. Het zorgde er ook voor dat partijen pas een geschil aan de rechter mochten voorleggen als de mini-trial bij de SGOA was beproefd.

John Borking is oprichter van de SGOA en oud-associate en bestuurslid SGOA

Een New York Convention voor mediation

In 1958 tekenden 159 landen, al of niet met voorbehouden en opmerkingen, de New York Convention on the Recognition and Enforcement of Foreign Arbitral Awards. Daarmee maakte de United Nations Commission for International Trade Law (UNICITRAL) het mogelijk dat arbitrale vonnissen in een ander land konden worden uitgevoerd dan het land waarin ze waren gewezen. Op 20 december 2018 aanvaardde de UNICITRAL de Convention on International Settlement Agreements Resulting from Mediation. Het wordt op 7 augustus van dit jaar in Singapore ondertekend. Hopelijk door evenveel landen als de New York Convention. Want het is een belangrijke impuls voor mediation als ook partijen die geen beroep kunnen doen op Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken een instrument krijgen om internationale vaststellingsovereenkomsten uit te voeren.

Singapore Conventie

Het verdrag, dat nu al door het leven gaat als de Singapore Conventie, geldt voor vaststellingsovereenkomsten waarbij twee of meer partijen hun domicilie in verschillende lidstaten hebben of in een andere staat dan waarin de overeenkomst moet worden uitgevoerd. Het verdrag gaat alleen over commerciële geschillen en geldt dus niet voor vaststellingsovereenkomsten op het terrein van het personen- en familierecht, erfopvolging en arbeidsrecht. Ook arbitrale vaststellingsvonnissen en executoriale titels die door de rechter zijn vastgesteld vallen buiten dit verdrag.

 

Het resultaat van mediation

Een vaststellingsovereenkomst moet straks aan een aantal formele vereisten voldoen. Er moet een schriftelijke, door alle partijen ondertekende overeenkomst zijn, en het moet duidelijk zijn dat die het resultaat is van mediation. Aan die laatste vereiste kan bijvoorbeeld worden voldaan door een verklaring van een instelling die de mediation heeft geadministreerd, door de medeondertekening of een verklaring van een van de mediators of een andere bevoegde autoriteit. De overeenkomst mag op allerlei manieren zijn vastgelegd, zolang de informatie maar toegankelijk is en blijft voor raadpleging.

De UNICITRAL Model Law on International Commercial Conciliation (2002) is aangepast aan de tekst van de Singapore Convention en heet nu Model Law on International Commercial Mediation and International Settlement Agreements Resulting from Mediation (2018). De bepalingen van die modelwet zijn overigens niet omgezet in wettelijke bepalingen in Nederland.

Nederland heeft de New York Conventie relatief snel na ondertekening in 1958 geratificeerd, op 24 april 1964. Te hopen valt dat dit ook met de ondertekening en ratificatie van de Singapore Conventie zo gaat.

Martin Brink is advocaat en mediator bij Van Benthem & Keulen en als associate verbonden aan SGOA

Het voorstel voor de Europese e-Privacyverordening

In het kielzog van de Algemene Verordening Gegevensbescherming heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor een e-Privacyverordening (EPV). Dit voorstel ziet toe op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer voor gebruikers van elektronische-communicatiediensten en moet de e-Privacyrichtlijn uit 2002 vervangen. De EPV (lex specialis) specificeert de regels van de AVG (lex generalis) en vult deze aan.

 

Te optimistisch

De Europese Commissie publiceerde het voorstel voor de EPV in januari 2017. De gedachte was dat de EPV (net als de AVG) op 25 mei 2018 van toepassing zou zijn. Dat bleek te optimistisch. Er heerste grote verdeeldheid binnen het Europees Parlement, er werden meer dan 800 amendementen ingediend en er werden kritische opinies afgegeven door onder meer de WP29. De Raad heeft in 2018 drie voorstellen gedaan tot aanpassing van het Commissievoorstel. Inmiddels is duidelijk dat de onderhandelingen muurvast zitten. Tot op heden is er dan ook nog geen definitieve tekst.

Strenger handhavingsregime

In de eerste plaats is gekozen voor een verordening die rechtstreeks in alle lidstaten toepasselijk is. Ook het toepassingsgebied is uitgebreid: persoonlijke communicatiediensten als Whatsapp en WeChat en machine-to-machine-communicatie vallen onder het bereik van de EPV. Andere wijzigingen gaan over onder meer de extraterritoriale werking (net als de AVG is de EPV ook van toepassing op aanbieders die niet in de EU zijn gevestigd) en de regels omtrent direct marketing en het Bel-me-niet Register. Het voorstel heeft bovendien een veel strenger handhavingsregime, net als de AVG.

Core elements

De Raad ziet de complexe artikelen 6, 8 en 10 van de EPV als de core elements van het voorstel. Deze artikelen zien achtereenvolgens toe op de toegestane verwerkingen van elektronische-communicatiegegevens, de bescherming van gegevens die opgeslagen zijn en verband houden met eindapparatuur van eindgebruikers en de te verstrekken informatie en opties voor privacyinstellingen.

De Raad stelt een uitbreiding voor van het limitatief aantal toegestane verwerkingen. Zo zou onder bepaalde omstandigheden de verdere verwerking (buiten het oorspronkelijke doel) van metadata (o.m. opgeroepen nummers, bezochte websites, geografische locatie, tijdstip, datum en duur van een oproep) mogelijk moeten zijn.

Noodzakelijke cookies

De bepaling over cookies kent – naast toestemming – een aantal ‘noodzakelijkheidsuitzonderingen’ op grond waarvan cookies mogen worden geplaatst. Deze zijn in Nederland nu al van toepassing. De Raad stelt nog drie aanvullende uitzonderingen voor, met name op het gebied van beveiligingsupdates, fraudepreventie of het opsporen van technische storingen. Ook wordt in het voorstel toestemming via de browser mogelijk gemaakt. Het lijkt erop dat het gebruik van een cookiewall voor het verkrijgen van toestemming niet mogelijk is. Ook het gebruik van cookies op websites die gebaseerd zijn op advertentie-inkomsten is een heet hangijzer: het laatste woord is daar nog niet over gesproken.

Bezorgdheid

Artikel 10 van het Commissievoorstel vereist dat webbrowsers en apps de mogelijkheid bieden om cookies van derden uit te schakelen. Bij installatie moet de eindgebruiker worden geïnformeerd over de opties in de privacyinstellingen en moet hij eerst een instelling aanvaarden voordat hij verder kan met de installatie. Het voorstel van de Commissie leidde tot veel bezorgdheid, de Raad heeft zelfs voorgesteld het artikel in zijn geheel te verwijderen.

Futureproof

De Europese wetgever zoekt een evenwicht in een hoog niveau van data- en privacybescherming aan de ene kant en tegelijkertijd het faciliteren van gerechtvaardigde zakelijke mogelijkheden in dit digitale tijdperk. Gezien de ingewikkelde vraagstukken en de ver uiteenliggende standpunten (en niet te vergeten de aankomende Europese verkiezingen) duurt het wetgevingsproces waarschijnlijk nog een behoorlijke tijd. In het meest gunstige scenario treedt de EPV in 2020 in werking, waarschijnlijk met een overgangsperiode van 2 jaar. Ondertussen dendert de technologische ontwikkeling door. Het is te hopen dat de definitieve EPV futureproof is.

Lees voor een uitgebreide behandeling van de EPV deze twee artikelen in het Tijdschrift voor Internetrecht: 2017 nr. 5 en 2019 nr. 1.

Herwin Roerdink is advocaat/partner bij Vondst Advocaten en gespecialiseerd in het intellectueel eigendomsrecht, (online) marketing en privacy.

SGOA Arbitraal vonnis, juli 2018, IT 2743 (issue 3 en 4)

Rechtsgeldige ontbinding. Leverancier is softwareleverancier en biedt het standaardsoftwarepakket Service Management [R]. Dat kent standaardoplossingen voor het automatiseren van bepaalde dienstverleningsprocessen, bijvoorbeeld storingsregistratie, contractbeheer, planning, digitale werkbonnen en rapportages. Het scheidsgerecht is met afnemer van mening dat ingebruikneming van [R] bij [Afnemer MT] niet betekent dat afnemer latere versies niet meer kan of mag testen en aan de status van die versies geen juridische gevolgen meer mag verbinden. Status van de januari-2017-afspraken: afnemer heeft na het afblazen van de livegang in januari 2016 geen opvolging gegeven aan de verbetervoorstellen. Daarmee heeft afnemer een kans laten lopen om het project in die fase alsnog tot een goed eind te brengen. De januari-2017-afspraken moeten daarom worden gezien als nieuwe afspraken tussen de partijen. Het scheidsgerecht is van mening dat de afnemer de leverancier ook tijdens de overeengekomen testprocedure in gebreke had kunnen stellen. Want een ingebrekestelling is een laatste kans en de wederpartij moet op basis daarvan weten hoe hij het verzuim kan voorkomen of herstellen. Het scheidsgerecht bespreekt de 22 issues. Maar de issues 3 en 4 betreffen wezenlijke verplichtingen en rechtvaardigen ontbinding van de overeenkomst. De issues 3 en 4 gaan over de urenregistratie van het personeel van afnemer. Deze gebreken hebben direct invloed op de facturatie aan klanten en uitbetaling van vergoedingen/salaris aan personeel. Deze issues raken de bedrijfsvoering van de afnemer dus direct.

Opzegregeling overeenkomst bouwsoftware geldt niet voor onderliggende licenties

Rechtbank Midden-Nederland 29 maart 2019, IT 2733 (Kraan tegen BAM).

Eiser is Kraan Bouwcomputing, een bedrijf gespecialiseerd in bouwsoftware. Verweerder is BAM, een bouwbedrijf. Partijen hebben een raamovereenkomst gesloten: Total Service Overeenkomst (TSO). Op grond daarvan is aan BAM het gebruiksrecht verleend op door Kraan ontwikkelde software, inclusief onderhoud en ondersteuning. In de bijlage bij de TSO zijn de diverse softwaremodules en het aantal licenties geregeld. Er ontstaat een geschil over de uitleg van een licentieovereenkomst: Kraan stelt dat de opzegregeling uit de TSO ook van toepassing is bij het opzeggen van een aantal licenties. Maar de opzegregeling van de TSO is niet van toepassing op het op- en afschalen van de diverse, onderliggende licentieovereenkomsten. De vorderingen worden afgewezen.

Sales & Marketing Agreement ook ná faillissement nog geldig

Rechtbank Oost-Brabant 13 maart 2019, IT 2725; (Allgeier tegen GAC)

Auteursrecht. Software. Allgeier is een Duitse onderneming die software ontwikkelt en verhandelt. GAC is een Nederlands IT-bedrijf. GAC had een overeenkomst met het in 2005 failliet verklaarde BOG, op grond waarvan GAC gerechtigd was de software van BOG te verkopen. Allgeier heeft de auteursrechten op de software van BOG en de exploitatierechten daarvan verkregen uit het faillissement van BOG. Allgeier stelt dat GAC inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten die op de software rusten. Maar volgens GAC is Allgeier geen rechthebbende op de auteursrechten. GAC stelt een geldig gebruiksrecht te hebben op grond van de Sales & Marketing Agreement die destijds is gesloten met BOG. De rechtbank oordeelt dat de Sales & Marketing Agreement na faillissement van de licentiegever voortduurt: het faillissement doet daar niets aan af. Gedaagde is op grond van de Sales & Marketing Agreement gerechtigd om de software aan klanten in licentie te geven, te verkopen of anderszins ter beschikking te stellen. Er is geen toestemming van Allgeier nodig.

Onderbreken onderhandelingen IT-project onrechtmatig: gerechtvaardigd vertrouwen resultaatsverbintenis

Rechtbank Rotterdam 3 oktober 2018, IT 2710; ECLI:NL:RBROT:2018:8583 (Escrow-systeem)

Contractrecht. SGR en de in ANVR verband georganiseerde reiswereld zien nut en noodzaak van een derdengeldenplatform, met gebruikmaking van een escrow-systeem. Het platform moet ervoor zorgen dat consumentenbetalingen op de juiste plaats terecht komen, zodat de reisbranche geen schade meer oploopt als een reisbureau door zijn deconfiture de reisorganisator (die de reisovereenkomst richting consument moet nakomen) niet meer kan betalen.
Eiseres en gedaagde hebben een overeenkomst voor een IT-project voor een veilige manier van vooruitbetalen. Het project mislukt. Partijen verwijten elkaar de mislukking. Geen van partijen wil voortzetting. Uitleg overeenkomst. Onderhandelingen mochten niet afgebroken worden vanwege gerechtvaardigd vertrouwen op totstandkoming van de overeenkomst.

Beheerder website met gegevensverzamelende plug-in derde medeverantwoordelijk gegevensverwerking

Conclusie AG 19 december 2018, IT 2704; ECLI:EU:C:2018:1039 (Fashion ID)

Privacy. Via het persbericht. De advocaat-generaal stelt dat de beheerder van een website (zoals Fashion ID) met een plug-in van een derde partij (zoals de Vind-ik-leuk-knop van Facebook) samen met die derde partij verantwoordelijk is voor de verwerking van persoonsgegevens. De advocaat-generaal stelt ook voor om voor recht te verklaren dat de gebruiker van de website waar nodig toestemming moet geven aan de beheerder (Fashion ID) die de content van een derde partij heeft opgenomen. De beheerder van de website (Fashion ID) is dan ook verplicht om de websitegebruiker de vereiste minimuminformatie te verstrekken.

Geen onvoorwaardelijke afgifte deliverables afgesproken, vorderingen afgewezen

Vzr. Rechtbank Overijssel 5 december 2018, IT 2701; ECLI:NL:RBOVE:2018:4833 (Vita Motion tegen Sintecs)

Contractrecht. Vita Motion heeft een zorgrobot ontwikkeld. Een deel van de software heeft Sintecs in opdracht van Vita Motion verder ontwikkeld. Na beëindiging van hun samenwerking is tussen partijen discussie ontstaan over de afgifte van bepaalde deliverables. Vita Motion vordert nakoming van de verplichting tot afgifte van de deliverables omdat volgens haar uitdrukkelijk is overeengekomen dat Sintecs de deliverables tijdens het project oplevert. Maar uit de overeenkomst blijkt dat de deliverables pas door Sintecs moeten worden afgegeven als er overeenstemming is over de gewerkte en gefactureerde uren. Naar oordeel van de voorzieningenrechter zijn partijen geen onvoorwaardelijke afgifte overeengekomen. Vita Motion heeft voor de afgifte geen zelfstandig belang aangevoerd. De huidige situatie brengt de voortgang van de ontwikkeling van de zorgrobot niet zodanig in gevaar dat de verlangde afgifte van de deliverables onmiddellijk is vereist. Vorderingen afgewezen.

Een licentiehouder van software houdt zich niet aan de voorwaarden van de overeenkomst: auteursrechtinbreuk of wanprestatie?

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 16 oktober 2018, IT 2689; (Free Mobile tegen IT Development)

Free Mobile is een aanbieder van mobiele telefonie op de Franse markt. Bij overeenkomst van 25.08.2010 heeft IT Development aan Free Mobile een licentie verleend en een onderhoudscontract met haar afgesloten voor het softwarepakket ClickOnSite. IT Development heeft aangevoerd dat er in strijd met de licentieovereenkomst is gehandeld. Het Court d’appel uit Parijs wil van het HvJ EU weten of de vermeende auteursrechtinbreuk uitsluitend moet worden beoordeeld onder de Softwarerichtlijn (richtlijn 2009/24/EG) of dat dit ook een wanprestatie onder de licentieovereenkomst kan opleveren.

Schade tekortkoming of ongeoorloofde afgebroken onderhandeling aanvullende overeenkomst niet bewezen

SGOA arbitraal vonnis 14 augustus 2017, IT 2741 (geen schade aanvullende overeenkomst)

Bestaande beheersovereenkomst. Aanvullende overeenkomst of bewijs ongeoorloofde afbreking van onderhandelingen waardoor schade is geleden. De leverancier moet eerst aantonen welke schade er is geleden. Het scheidsgerecht is van oordeel dat leverancier niet in de bewijsopdracht is geslaagd. Leverancier vindt dat volledige omzet die met SPOC (Single Point of Contact) en Office 365 dienstverlening had kunnen worden gegenereerd, 'gederfde winst' is, omdat het gaat om een algemene helpdesk voor 'All IT Matters', dus voor alle 40 klanten. De personeelskosten voor de inzet van arbeidskrachten op de helpdesk zijn variabel. Als de omvang van het aantal klanten zou groeien van circa 40 naar bijvoorbeeld 1.000 klanten, dan moet de bemensing van de helpdesk ook toenemen. Dat levert additionele arbeidskosten op. Nu leverancier niet geslaagd is in de bewijsopdracht ten aanzien van de beweerdelijk door haar geleden schade kan in deze procedure verder buiten beschouwing blijven of een aanvullende overeenkomst tot stand is gekomen of onderhandelingen ongeoorloofd zijn afgebroken. Het scheidsgerecht wijst alle vorderingen af en veroordeelt leverancier tot betaling van € 15.904,07 aan rechtsbijstandsvergoeding.

Colofon

Hoofdredactie: Polo van der Putt, Vondst Advocaten
Eindredactie: de nieuwsbrief wordt samengesteld door SGOA in samenwerking met deLex.